- Praktijkvoorbeeld
Beleid dat werkt, begint in de praktijk: cliëntparticipatie vergroten
Wat gebeurt er als je in gesprek gaat met de mensen om wie het gaat? De mensen die je wilt helpen met een nieuwe aanpak, regeling of beleid? Dat is precies waar een groeiende groep beleidsmakers voor kiest. Deze groep verlegt de focus van systemen en beleid naar de praktijk. Dit betekent: ervaringskennis opzoeken en benutten, signalen uit de praktijk leren herkennen en vertalen naar passende acties.
In de reeks ‘Beleid dat werkt, begint in de praktijk’ laten we zien hoe je de routine doorbreekt en de behoeften van inwoners centraal zet in beleid. We delen praktijkvoorbeelden van de tweede leergang van de opleiding ‘Beleid met betekenis’, waarin de kloof tussen praktijk en beleid wordt overbrugd. Tijdens deze opleiding ga je actief de praktijk in door gesprekken te voeren met inwoners, ervaringsdeskundigen en uitvoerende professionals. Daarnaast krijg je concrete tools en begeleiding om deze aanpak ook in jouw werk toe te passen.
Het spanningsveld tussen beleid en praktijk
Deelnemer Lianda ging aan de slag met het vergroten van cliëntparticipatie binnen de Lokale Kamer van het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond. Zij werkt daar als procesregisseur en liep tegen een fundamenteel spanningsveld aan tussen beleid en praktijk. De Lokale Kamer had in haar beleid vastgelegd dat cliënten zouden deelnemen aan het multidisciplinair overleg (MDO). Op die manier zouden cliënten kunnen meebepalen over de richting van hun eigen traject.
In de praktijk kwam dat echter nauwelijks voor. Van de 100 besproken trajecten is slechts enkele keer sprake geweest van deelname van een inwoner. Na ongeveer een jaar signaleerde Lianda dat dit belangrijke uitgangspunt uit het beleid nauwelijks werd gerealiseerd. “We hadden gezegd dat we iemand zelf wilden laten deelnemen aan het overleg over hun casus. Maar in de praktijk kwam het daar niet van. En dat vond ik zonde", vertelt ze.
De opleiding bood haar een kans dit vraagstuk systematisch en praktijkgericht te onderzoeken. Zij startte vanuit bestaande en wetenschappelijke en professionele kennis, maar ontdekte al snel dat een andere belangrijke kennisbron ontbrak: ervaringskennis. “De ervaringskennis van de aanwezige ervaringsdeskundigen tijdens de opleiding is heel belangrijk geweest in mijn hele proces. Dat is juist de toegevoegde waarde geweest op dit vraagstuk”, aldus Lianda.
Van norm naar zorgvuldige afweging
Lianda startte de opleiding met een duidelijke overtuiging: participatie is belangrijk en de cliënten moeten aan tafel kunnen zitten. “Aan het begin richtte ik me echt op deelnemen als doel, en hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen", vertelt ze. Maar haar proces en aanpak brachten haar tot een radicale herpositionering van participatie, in plaats van een antwoord op haar oorspronkelijke vraag.
“De focus moest verschuiven: van ‘iemand moet deelnemen’ naar ‘kan en wil iemand deelnemen, en wat is op dit moment passend?’", geeft Lianda aan. Haar gesprekken met ervaringsdeskundigen, cliënten zelf en de trainers van de opleiding hielpen haar te vertragen en eerst de praktijk te onderzoeken en haar doel van een oplossingsrichting los te laten.
Door de gesprekken met cliënten kwam voor haar de doorbraak: een groot deel van de mensen gaf aan helemaal niet aan tafel te willen. “De helft van de mensen die ik sprak, wilde helemaal niet aan tafel. Vanuit die gesprekken heb ik de focus kunnen verleggen", vertelt Lianda, “Kan iemand deelnemen, wil diegene deelnemen en wat is passend op welk moment?”

Macht, belangen en positionering
Een cruciaal moment in haar herpositionering was werken met machtsposities. Door tijdens de opleiding in kaart te brengen wie welke vorm van macht heeft aan tafel, werd zichtbaar dat de cliënt nauwelijks invloed heeft. Terwijl professionals juist veel positiemacht meenemen.
Het inzicht in machtsverhoudingen maakte duidelijk dat deelname aan het MDO niet per se betekent dat cliënten kunnen meebepalen over de richting van hun eigen traject. Deelname op zichzelf geeft geen garantie dat het doel van het beleid wordt behaald.
We hebben veel positiemacht aan tafel, en eigenlijk heeft de cliënt maar heel weinig macht.
Lianda
Een afwegingsmodel voor passende participatie
Samen met een ervaringsdeskundige ontwikkelde Lianda tijdens de opleiding een afwegingsmodel, waarmee per casus kan worden bepaald of en hoe participatie passend is. Daarmee vertaalde ze het doel (cliënten laten meebepalen) naar een praktisch, navolgbaar en onderbouwd werkinstrument. Het model helpt participatie bewust en zorgvuldig toe te passen.
Sinds het afronden van de opleiding werkt Lianda met collega’s en leidinggevenden aan de verdere verfijning en implementatie van het model. Daarbij wordt gekeken hoe het in de praktijk toepasbaar en werkbaar is voor verschillende betrokkenen. “We zijn nu aan het kijken of we het echt kunnen gaan implementeren. Hiervoor moeten we met verschillende lagen van de organisatie in gesprek over gaan”, benoemt ze.
Over twee jaar hoopt Lianda “dat er veel meer participatie is en dat er een weloverwogen antwoord is op de vraag: waarom wel of waarom niet? Daarmee krijgt participatie een duidelijkere plek in de praktijk.”
Ook aan de slag?
Werk je in het sociaal domein en wil je beleid maken dat begint bij de praktijk? De opleiding ‘Beleid met betekenis’ neemt jou hier stap voor stap in mee. Je wordt uitgedaagd je aannames los te laten en met een open blik de praktijk in te stappen.
“Wat ik heel prettig vond aan de opleiding is dat je begint met het onderzoeken van de praktijk en vervolgens een heel natuurlijk proces doorloopt. De ervaringskennis is daarin heel belangrijk geweest en heeft echt nieuwe inzichten opgeleverd", vertelt Lianda.
De opleiding is opgebouwd uit vier modules, waarin je ook methoden, concrete voorbeelden en literatuurtips krijgt. De focus ligt op ervaringskennis inzetten om beleid scherper en mensgerichter te maken. Samen met andere deelnemers, docenten en ervaringsdeskundigen onderzoek je wat nodig is om beleid te maken dat ertoe doet.