• Inspiratie
  • “Morele kwesties zijn geen Excel-bestand”

25 februari 2026

“Morele kwesties zijn geen Excel-bestand”

In het sociaal domein wordt dagelijks gewerkt aan oplossingen voor complexe vraagstukken. Professionals doen dat met grote inzet en toewijding. Toch wringt het vaak. Niet alles laat zich vangen in protocollen of afvinken in een stappenplan. Volgens filosoof Roos Slegers ligt daar een belangrijk aandachtspunt voor bestuurders, beleidsmakers en professionals: “We moeten erkennen dat er altijd iets kan blijven schuren. Juist dát verdient aandacht.”

Deel deze pagina:

Roos Slegers is filosoof aan de Universiteit van Tilburg, waar ze zich verdiept in ethische vraagstukken binnen organisaties en de digitale samenleving. Daarnaast is ze verbonden aan adviesbureau WagenaarHoes, waar ze zich richt op morele vraagstukken in het sociaal domein. Vanuit die dubbele rol kijkt ze met een scherpe blik naar de morele uitdagingen waar professionals dagelijks mee te maken hebben.

De valkuil van het dilemma-denken

Volgens Roos begint het al bij de manier waarop we naar morele problemen kijken. “We spreken bijna altijd over ‘dilemma’s’, alsof er slechts twee opties zijn: A of B. Maar de werkelijkheid is zelden zo overzichtelijk”, zegt ze. “In de praktijk zijn er vaak derde, vierde of zelfs vijfde opties – en soms is ook níet handelen een keuze. We creëren een schijngevoel van controle door alles terug te brengen tot een dilemma. Het lijkt helder en hanteerbaar, maar het doet geen recht aan de rommelige werkelijkheid waarin talloze factoren meespelen.

Die versimpeling is begrijpelijk, maar ook riskant. Als een probleem niet werkelijk in twee keuzes te vatten is, kan het gesprek al snel blijven hangen aan de oppervlakte. “Het gevaar is dat we voorbijgaan aan de kern van wat er moreel op het spel staat”, waarschuwt ze.

De obsessie met oplossingen

Een tweede valkuil ziet Roos in de sterke focus op oplossingen. “In het sociaal domein zijn de problemen vaak urgent, dus natuurlijk wil je iets oplossen. Maar die oplossingsgerichtheid heeft ook een keerzijde: we raken voorbij aan wat niet op te lossen is, maar wél erkenning verdient”, zegt ze.

Zo worden professionals in hun werk onvermijdelijk geconfronteerd met emoties als boosheid, verdriet of frustratie. “Een casus kan misschien ‘succesvol’ worden afgerond, maar dat betekent niet dat alles opgelost is. Soms zijn waarden geschonden of blijft iets knagen. Als we die gevoelens niet onder ogen zien, kunnen ze zich opstapelen en hun tol eisen”, benoemt Roos.

Het moreel residu: wat overblijft na de oplossing

Om dat knagende gevoel een naam te geven, gebruikt Roos het begrip ‘moreel residu’. “Dat is wat overblijft als er een oplossing is gevonden die voorbijgaat aan belangrijke zaken die niet zijn opgelost. Denk aan de pijn van een professional die vindt dat onvoldoende recht is gedaan aan iemands waardigheid, of aan het verdriet om iets wat niet meer terug te draaien is”, vertelt ze.

Het probleem: moreel residu past niet goed in een stappenplan. “Het laat zich niet meten of afvinken. En omdat het niet efficiënt is, wordt het vaak genegeerd. Toch is het essentieel het te erkennen. Want als je dat niet doet, blijft het onderhuids doorwerken, bij cliënten, bij mantelzorgers én bij professionals zelf.”

Moreel residu laat zich niet meten of afvinken. Toch is het essentieel het te erkennen.

Roos

Het belang van het hele verhaal

Een belangrijke stap in het omgaan met morele vraagstukken is volgens Roos om de casus volledig en persoonlijk te vertellen. “Wat vaak gebeurt, is dat professionals hun verhaal heel objectief brengen: ‘Mevrouw heeft deze diagnose, dus protocol X schrijft Y voor.’ Hun eigen twijfel, afwegingen of onderbuikgevoel blijven buiten beeld. Terwijl juist daarin vaak de morele kern van het probleem schuilt.

Die kern heeft alles te maken met spanning tussen persoonlijke moraal en professionele rolmoraal. “Het kan zijn dat wat jij persoonlijk juist vindt, botst met wat het protocol voorschrijft. Als je dat niet benoemt, lijkt het probleem puur technisch – en dan kun je het simpelweg ‘oplossen’. Maar zodra het schuurt, weet je: hier is meer aan de hand. Daar moet ruimte voor zijn in het gesprek”, geeft Roos aan.

Het vergt moed van professionals hun eigen gevoel en intuïtie een plek te geven in een overleg. En het vraagt iets van gespreksleiders en bestuurders. “Zij moeten actief doorvragen en ruimte maken voor het persoonlijke verhaal. Want alleen dan kun je voorbij de oppervlakte komen.

Gespreksleiders: maak ruimte voor gevoel

Volgens Roos ligt er een belangrijke rol voor gespreksleiders in casusoverleggen: “Zij moeten het gesprek zo begeleiden dat deelnemers hun ervaringen en emoties durven delen. Dat is spannend, want je zit op de tijd en wilt efficiënt werken. Maar soms is het beter een half uur te besteden aan het zorgvuldig bespreken van één casus en dan in tien minuten tot een conclusie te komen, dan omgekeerd.”

Een vast onderdeel van elk moreel overleg zou volgens haar een ‘gevoelscheck’ moeten zijn. “Daarin vraag je: hoe voelt dit voor jou? Kun je je vinden in de gekozen weg? Soms blijkt dan dat een professional ondanks een ‘goede oplossing’ nog steeds het gevoel heeft dat hij of zij een verkeerde keuze heeft gemaakt. Dat is ongemakkelijk, maar essentieel om te bespreken”, zegt Roos.

Een gevoelscheck aan het eind van een gesprek kan alles veranderen.

Roos

Professionele toewijding als hindernis

Wat Roos opvalt in het sociaal domein, is dat de sterke betrokkenheid van professionals het soms juist moeilijker maakt om gevoelens te delen. “Het zijn vaak harde werkers die vinden dat ze niet moeten zeuren. Daardoor is het lastig onder woorden te brengen wat hen dwarszit. Maar juist omdat ze zoveel met zich meedragen, is erkenning des te belangrijker”, geeft zij aan.

Die erkenning kan klein zijn – een collega die zegt: ‘Ik zie dat dit moeilijk voor je is.’ Maar de impact is groot. “Iedereen weet hoe het voelt om níet gezien te worden, of om te horen ‘kop op, zet je eroverheen’. Dat maakt eenzaam. Terwijl een klein gebaar van erkenning een wereld van verschil kan maken”, aldus Roos.

De rol van beleidsmakers: minder regels, meer ruimte

Wat betekent dit alles voor beleidsmakers en bestuurders? “Hun positie is ingewikkeld”, zegt Roos. “Ze staan verder af van de praktijk en de verleiding is groot problemen te beheersen met nóg een set waarden of een nieuw stappenplan. Maar daarmee vergroot je juist de afstand.”

In plaats daarvan zouden beleidsmakers ruimte moeten creëren. “Ruimte om het gesprek echt te voeren. Ruimte om af te wijken van protocollen als dat nodig is. Ruimte voor het niet-meetbare.” Dat vraagt vertrouwen én het loslaten van de reflex alles te willen formaliseren. “Bureaucratisering voelt veilig: je kunt zeggen ‘ik heb het proces gevolgd’. Maar we weten allemaal dat de werkelijkheid niet zo simpel is”, benoemt ze.

De digitale valkuil: als de machine overneemt

Die neiging tot bureaucratisering wordt versterkt door digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI), ziet Roos. Automatisering kan werk efficiënter maken, maar heeft ook een keerzijde. “Je kunt geen moreel gesprek voeren met een algoritme. AI is niet gebouwd om frictie te erkennen. Het hele systeem is gericht op frictieloosheid, terwijl morele kwesties juist om frictie draaien: om de pijn, de twijfel, de spanning tussen waarden.”

In een wereld die steeds meer op technologie leunt, dreigt het moreel residu verder uit beeld te raken. Want waar is nog ruimte voor erkenning als alles wordt geautomatiseerd? En wat gebeurt er met professionals als hun oordeel steeds minder gevraagd wordt?

Kleine stappen, groot verschil

Toch is Roos optimistisch; de weg vooruit hoeft niet ingewikkeld te zijn. “Het begint bij iets heel eenvoudigs: elkaar zien”, zegt ze. “We weten allemaal hoe het voelt erkend te worden in dat wat we meedragen. En we weten ook hoe pijnlijk het is als dat niet gebeurt. Die ervaring is universeel.”

Die erkenning hoeft niet altijd in een formeel moreel beraad te zitten. Het kan ook in kleine gebaren, in een vraag als ‘Hoe gaat het met jou?’ of ‘Het lijkt alsof dit je raakt, klopt dat?’ Zulke momenten zijn volgens haar geen ‘soft gedoe’, maar een essentieel onderdeel van moreel handelen. “Het zijn juist deze kleine stappen die een groot verschil maken voor professionals én voor de kwaliteit van zorg”, zegt Roos.

Terug naar de kern: menselijkheid

Morele kwesties zijn zelden zwart-wit en laten zich niet reduceren tot stappenplannen of algoritmes. Dat betekent niet dat structuur of efficiëntie onbelangrijk zijn, maar ze mogen nooit de plaats innemen van menselijkheid.

Uiteindelijk gaat het om erkenning”, besluit Roos. “Erkenning dat morele vraagstukken rommelig en weerbarstig zijn. Erkenning dat oplossingen nooit perfect zijn en altijd iets nalaten. En erkenning van de mens achter de professional. Want zonder die erkenning verliezen we de kern van waar het in dit werk om draait.”

Krijg ondersteuning van een regioadviseur

Wil je hulp bij het inrichten van het sociaal domein? Of beter leren samenwerken? Onze regioadviseurs staan voor je klaar. Met een berg praktijkkennis kunnen ze goed inschatten wat werkt, wat je hulpvraag ook is. 

Ook interessant

Wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting

Het wetsvoorstel geeft gemeenten meer sturing op de woningnood en ligt bij de Tweede Kamer. In dit artikel lees je de belangrijkste veranderingen en hoe jouw gemeente zich kan voorbereiden.

Alles wat je moet weten over kenniswerkplaatsen

Kenniswerkplaatsen koppelen kennis aan praktijk voor innovatieve oplossingen in het sociaal domein. Ontdek wat ze zijn, wat ze opleveren en hoe je zelf start met subsidie.

Dit moet je weten over de Wet gegevensverwerking voor samenwerkingsverbanden (WGS)

Per 1 maart 2025 is de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) in werking getreden.