• Kennisbank
  • Duurzame support voor jongeren (16–27): van systeemwereld naar leefwereld | Hoe zorgen we dat jongeren niet eenzaam de jeugdzorg verlaten?
Kennisbank
Praktijkvoorbeeld

Duurzame support voor jongeren (16–27): van systeemwereld naar leefwereld | Hoe zorgen we dat jongeren niet eenzaam de jeugdzorg verlaten?

Dit artikel laat zien hoe gemeenten jongeren (16–27) beter kunnen ondersteunen na jeugdzorg. De focus ligt op hun leefwereld, samenwerking met informele netwerken en integraal werken over domeinen heen. Door regie te voeren, professionals ruimte te geven en structureel te investeren in netwerkversterking, ontstaat duurzame ondersteuning die jongeren helpt naar een stabiele en zelfstandige toekomst.

Deel deze pagina:

Hoe zorgen we dat jongeren niet eenzaam de jeugdzorg verlaten?


Deze vraag stond centraal tijdens de digitale lunchspecial van het Landelijk Gemeentelijk Netwerk 16-27 jaar over duurzame support voor jongeren van 16 tot 27 jaar. De conclusie is duidelijk: wie écht verschil wil maken, moet voorbij losse interventies kijken. Duurzame ondersteuning vraagt om samenwerking tussen formele en informele netwerken, domeinoverstijgend werken én het lef om anders te organiseren. Voor professionals en gemeenten ligt hier een noodzakelijke opdracht.

Begin bij het perspectief van de jongere

Ervaringsdeskundige Thomas opende de lunchspecial met zijn persoonlijke verhaal. Zijn boodschap was helder: systemen zijn vaak leidend, terwijl de leefwereld van jongeren centraal zou moeten staan. Jongeren hebben behoefte aan continuïteit, vertrouwen en iemand die naast hen blijft staan, juist na hun 18e verjaardag. Voor gemeenten en professionals betekent dit: organiseer ondersteuning niet vanuit wetten of schotten, maar vanuit de vraag wat een jongere na jeugdzorg nodig heeft om duurzaam verder te kunnen.

Leefdomein support als verbindende aanpak

Lily Rijnberg ging in op de inzet van Generation Youthcare en het belang van leefdomein support. Deze aanpak kijkt integraal naar het leven van jongeren: wonen, onderwijs, werk, financiën, welzijn en netwerk. Problemen staan zelden op zichzelf en oplossingen dus ook niet. De kracht van leefdomein support zit in samenhang en regie. Dat vraagt van gemeenten dat zij niet alleen zorg inkopen, maar actief sturen op samenwerking tussen partijen. Zonder regie blijft integraliteit een ambitie op papier.

Informeel netwerk als fundament

Els Bijman van FACTOR-i onderstreepte het belang van de samenwerking met het informele netwerk. Familie, vrienden of andere vertrouwenspersonen zijn vaak langduriger betrokken dan professionals. Toch wordt dit netwerk nog te weinig structureel ingezet. In haar toelichting op de visie van circulaire zorg werd duidelijk dat het versterken van het eigen netwerk geen extraatje is, maar een randvoorwaarde voor duurzame support.

De kern van circulaire zorg:

●      vertrek vanuit het natuurlijke netwerk van de jongere

●      voeg professionele hulp toe waar nodig

●      bouw professionele inzet af waar mogelijk

●      borg informele steun in de omgeving van de jongere

Dat vraagt een fundamentele verschuiving: van overnemen naar versterken. Vervolgens ging Els in op wat de JIM-aanpak (Jouw Ingebrachte Mentor) inhoudt en hoe dit verschil maakt voor jongeren en jongvolwassenen. 

Gemeentelijke praktijk: lessen uit Groningen

Sierd-Jan Jongsma gaf inzicht in hoe de gemeente Groningen netwerkversterkend werken voor jongeren in de leeftijd van 16-27 jaar organiseert. Groningen integreert de JIM-methode in de primaire werkwijze voor jongeren die vanuit jeugdhulp 18 jaar worden en jongeren die pas na hun 18e jaar in beeld komen van hulpverlening. De gemeente organiseert het zo laagdrempelig mogelijk en gaat proactief op aanbieders af. Zo worden er JIM-trainingen aangeboden toegespitst op de lokale situatie en de specifieke organisatie. Daarbij kijkt Groningen niet alleen naar jeugdhulpaanbieders met verblijf, aanbieders van ambulante WMO, maar bijvoorbeeld ook naar het Doorstroompunt en werkcoaches. 

Zijn bijdrage maakte duidelijk dat duurzame ondersteuning niet vanzelf ontstaat. Het vraagt van een gemeente om een heldere visie én duidelijke keuzes en verbinding tussen beleid, uitvoering en inkoop. Zonder interne samenhang blijft externe samenwerking kwetsbaar.

De verbinding formeel–informeel in Midden-Limburg

Ook in Midden-Limburg wordt bewust ingezet op de verbinding tussen formele en informele zorg, zo lichtte Els Bijman toe. Gemeenten die hier actief op sturen, merken dat ondersteuning duurzamer wordt en professionals minder overvraagd raken. Dit vraagt iets van lokale teams en aanbieders. Hun rol verschuift: van minder probleemoplosser, naar meer facilitator van het netwerk rondom de jongere.

Praktijkervaringen van lokale teams

JIM-trainer Peter de Graaf deelde zijn ervaringen met het werken met lokale wijkteams. De meerwaarde van een JIM wordt breed herkend: jongeren ervaren meer vertrouwen en continuïteit. Tegelijkertijd leven er vragen:

●      Hoe kies je samen met de jongere de juiste persoon?

●      Hoe borg je veiligheid en kwaliteit?

●      Hoe neem je professionals mee in deze andere manier van werken?

Zijn belangrijkste observatie: waar lokale teams écht investeren in het betrekken van het netwerk, ontstaat rust. Voor jongeren én voor professionals. 

De beweging die nodig is

De rode draad van de lunchspecial is helder: duurzame support voor jongeren vraagt om een beweging. Niet een nieuw project, maar echt een andere manier van kijken naar, en organiseren en samenwerken met het informele netwerk. Voor gemeenten en professionals betekent dit concreet:

●      zet de leefwereld van jongeren centraal

●      werk integraal en domeinoverstijgend

●      versterk en betrek structureel het informele netwerk rondom de jongere

●      organiseer regie op de doelgroep 16–27 jaar

●      geef professionals ruimte om anders te werken

Wie deze stap zet, bouwt aan ondersteuning die niet alleen problemen oplost, maar jongeren daadwerkelijk helpt groeien naar een zelfstandig en veerkrachtig volwassen leven.

Tijd voor bestuurlijke keuzes

Duurzame support voor jongeren tussen 16 en 27 jaar ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om duidelijke keuzes op bestuurlijk niveau. Keuzes om schotten tussen domeinen te doorbreken. Om het betrekken van het informele netwerk structureel een plek te geven in beleid. Om lokale teams ruimte en mandaat te geven om anders te werken. De vraag is niet óf deze beweging nodig is.  

Gemeenten die nu investeren in netwerkversterking van jongeren in kwetsbare situaties, leefdomein-gerichte ondersteuning en interne samenhang, voorkomen zwaardere zorg, uitval en maatschappelijke kosten op de lange termijn. Maar belangrijker nog: zij bieden jongeren een reële kans op een stabiele en zelfstandige toekomst. 

Durf te kiezen voor een aanpak waarin de leefwereld leidend is. En informele steun stevig gepositioneerd wordt binnen het jeugd- en sociale domein.  Niet als pilot. Niet tijdelijk. Maar als structurele koers.

Meer weten?

Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL) in de jeugdhulp heeft een Gezamenlijke Leeragenda uitgebracht, waarin meerjarige leerlijnen staan met aandacht voor implementatieonderzoek en innovatie. Eén van de leerlijnen die ontwikkeld wordt, gaat over informele steun: gericht op het versterken van informele steun voor gezinnen, met aandacht voor samenwerken met het netwerk, herstelbeweging, het versterken van de sociale basis en normaliseren. Hierbij is aandacht voor verschillende vormen van georganiseerde informele steun en wordt opgetrokken met o.a. de Alliantie Informele Steun Jeugd en Gezin.

Krijg ondersteuning van een regioadviseur

Wil je hulp bij het inrichten van het sociaal domein? Of beter leren samenwerken? Onze regioadviseurs staan voor je klaar. Met een berg praktijkkennis kunnen ze goed inschatten wat werkt, wat je hulpvraag ook is.